Liefste,
Bij het begin der tijden, toen niets sprak en er nog nooit een geluid had geklonken, kwam er van overal en nergens een gerommel als het geluid van de ruisende wind, dat aanzwol tot een oorverdovend lawaai om ten slotte uiteen te spatten in een enorme knal. De schokgolf bracht alles tot leven. Niets had zich daarvoor ooit een haarfijn verroerd, alles liet zich wat ongewennig meevoeren op de golven van de rustig in de eeuwigheid voortkabbelende tijd.
En Liefste, bij het begin der tijden, toen mens en dier nog geen voet op de wereld hadden gezet, stonden de dingen daar maar in een heerlijke willekeur te staan, zonder dat iemand zich ook maar afvroeg of ze daar wel op hun plaats waren.
Zo stonden er ook eens twee dingen naast elkaar die voorbestemd waren voor de eeuwige liefde, ofschoon ze dat nooit hadden geweten. Nooit hadden ze het geweten, totdat de schokgolf van de tijd die begon te lopen hen door elkaar schudde en diep in hen iets onherstelbaar brak.
In een veld van zilveren duinen, beschenen door de heldere maan stonden ze daar. Twee bomen van de puurste chocolade die je je maar kunt indenken, met een onherstelbaar verlangen voor elkaar. Langzaam maar zeker begonnen ze naar elkaar toe te groeien. Hoe snel het ging had voor hen geen belang, dag en nacht waren er nog niet.
Het enige wat er bestond was de door sterrengloed verlichte nachthemel en zij twee, in een kring van zilveren maanlicht.
Op het moment dat hun zoekende takken elkaar tegenkwamen veranderde nacht in dag. In het oosten verscheen een rode gloed. Vanaf toen kwam elke dag de zon op en werd ze na haar reis door de blauwe lucht weer opgeslokt door de sterren. Iedereen genoot van de afwisseling en vooral van de heerlijke warmte die van de gouden schijf afscheen.
Ook de enige twee geliefden die de wereld telde waren gelukkig. Elke dag smolten ze door de zon wat meer samen en elke dag werd hun liefde voor elkaar dieper. Hun lichamen waren de afbeelding van hun ziel, elke zonsondergang hadden ze elkaar beter leren kennen en waren hun levens verder met elkaar verstrengeld geraakt.
Na honderd zonnen en honderd manen bleef er van hen niets meer over dan een poeltje van puur zwart geluk waarin het zilveren schijnsel van de maan werd weerspiegeld.
Dit mijn liefste, is ons verhaal. Bewaar het ergens, ik zal er niet meer zijn om het te vertellen.
De tijd is weer stil gaan staan, de eeuwige liefde bestaat niet, dag en nacht zijn er ook niet meer. Mens en dier zijn gekomen, de duinen hebben het poeltje geluk bedolven. Weg heerlijke willekeur, weg sterren en zelfs de maan zie je niet meer schijnen.
En het is mijn schuld.

heerlijke tekst en die zal nog mooier worden
xxxleentje